François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1760-1-12
François Hemsterhuis, The Hague
François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1760-1-12
| FINA IDUnique ID of the page ᵖ | 8683 |
| InstitutionName of Institution. | The Hague, Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum |
| InventoryInventory number. | Archief van Damme 401, f° 23-24 |
| AuthorAuthor of the document. | François Hemsterhuis |
| RecipientRecipient of the correspondence. | Pieter van Damme |
| Correspondence dateDate when the correspondence was written: day - month - year . | January 12, 1760 |
| PlacePlace of publication of the book, composition of the document or institution. | The Hague 52° 4' 29.82" N, 4° 16' 10.85" E |
| Associated personsNames of Persons who are mentioned in the annotation. | Theodorus de Smeth, Johann Lorenz Natter |
| LiteratureReference to literature. | Sluis 2017, lettre 12/15, p. 25-26Sluis 2017 |
| KeywordNumismatic Keywords ᵖ | Drawing , Seleucids , Demetrius , Greek , Duplicates |
| LanguageLanguage of the correspondence | Dutch |
| External LinkLink to external information, e.g. Wikpedia ᵖ | https://www.rug.nl/library/heritage/hemsterhuis/brieven |
Map
Grand documentOriginal passage from the "Grand document".
-Lettre du 12 janvier 1760 (de Den Haag) : « Wel eedle Heer en Vriend ; Hier nevens Uwes inscriptien zo spoedig mij doenlijk geweest is, benevens een pakje hetwelk de Heer Varon mij verzogt heeft om in te sluiten. Zende Uwe hier neffens de teeckeningen van medailles waarvan wij te meer malen gesprooken hebben en die mij voorstaan dat Uwe begeert hadde nader te bezien. Ik hoop binnen drie, vier à vijf weeken tot Amsteldam te komen; indien Uwe intusschen de goedhijt hadde van mij de Demetrius en zo Uwe eenig ander Griex medaillon dubbeld mogte hebben, per postwaagen spoedig toe te zenden, zoude Uwe mij om reedenen zeer verpligten. Hebbe wederom een brief van Natter uit Londen gehad waar bij hij mij een nader afdruk zend van zijne gravure met de naam van ΔΑΛΙΩΝ of ΑΛΛΙΩΝ. Hij wil dezelve voor 100 guinées verkopen en zegt den heere De Smette daarover geschreeven te hebben. Ik wenschte wel dat die steen hier te lande kwam, en zo de minoritijt van den Prins mij niet verhinderde was ze voorzeker onder mijne beheering. Vaarwel mijn Heer en Vriend, hebbe de eer met alle agting te zijn, Uwes gehoorzaamste dienaer. Hemsterhuis. s’ Hage, den 12 jan. 1760 (Den Haag, Museum Meermanno, Archief van Damme, 401 / 23-24; Sluis 2017, lettre 12/15, p. 25-26).