François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1772-4-4
François Hemsterhuis, The Hague
François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1772-4-4
| FINA IDUnique ID of the page ᵖ | 8715 |
| InstitutionName of Institution. | The Hague, Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum |
| InventoryInventory number. | Archief van Damme 401, f° 49 |
| AuthorAuthor of the document. | François Hemsterhuis |
| RecipientRecipient of the correspondence. | Pieter van Damme |
| Correspondence dateDate when the correspondence was written: day - month - year . | April 4, 1772 |
| PlacePlace of publication of the book, composition of the document or institution. | The Hague 52° 4' 29.82" N, 4° 16' 10.85" E |
| Associated personsNames of Persons who are mentioned in the annotation. | Hendrik Fagel |
| LiteratureReference to literature. | Sluis 2017, lettre 12/55, p. 73-74Sluis 2017 |
| KeywordNumismatic Keywords ᵖ | Greek , Terina , Cumae , Kaulonia , Magna Grecia , Forgeries , Theodora , Gem |
| LanguageLanguage of the correspondence | Dutch |
| External LinkLink to external information, e.g. Wikpedia ᵖ | https://www.rug.nl/library/heritage/hemsterhuis/brieven |
Map
Grand documentOriginal passage from the "Grand document".
-Lettre du 4 avril 1772 (de Den Haag) : « Wel eedle Heer en Vriend, Zal Uwe aanstaande dingsdag met ongeduld verwagten. Om Uwe de regte waarhijt te zeggen met opzigt tot de drie fraeje silvre steede penningen met ΤΕΡΙΝΑΙΩΝ, ΚVΜΑΙΩΝ en ΚΑVΛΟΝΙΑΤΑΝ, dezelve behooren in eigendom aan mij vermits ik die bij eene zeer bijzondre gelegenhijt ben magtig geworden. Indien Uwe dezelve zoude willen hebben absolut, zal ik ze afstaan voor twee goude penningen die Uwe eertijts van mij hebt ingeruilt en aan Uwe van geenen dienst altoos zijn. Naamentlijk de gouden Theodora of Rosenobel waar mede ijmand groote dienst kan doen, en de goude ΔΙΟΝVΣΟV ΣΩΤΗΡΟΣ die zonder enigen twijffel valsch is. Wat het goude stede penningje betreft hetwelk Uwe mede ten mijnent heeft gezien het zelve behoort aan den Heer Fagel die binnen korten meerder medailles verwagt. Indien Uwe in de negotiatie met den Heer Du Temps zig meester konde maken van een Cornalijn waar op aan een slaaf den doorn uit de voet wordt getrokken, of van het fragment door gem. Heer van den Heer Fagel ingeruilt; dog wel voornamentlijk van de eerste, sta ik Uwe borg dat alle negotiatie met den Heer Griffier voortaan volkomen na Uwes genoegen zal uitvallen. In de vaste verwagting van Uwe aanstaande dingsdag te zien hebbe ik de eer te zijn, wel eedle Heer en Vriend, Uws ootmoedige en gehoorsaame dienaer. Hemsterhuis. s’ Hage, den 4den april 1772 » (Den Haag, Museum Meermanno, Archief van Damme, 401 / 49 ; Sluis 2017, lettre 12/55, p. 73-74).